Theorie
Voorrang oefenen
Kruisingen, haaientanden, bijzondere voertuigen.
637 examenvragen over dit onderwerp
Voorbeeldvragen
Je komt op een gelijkwaardige kruising. Wie heeft voorrang?
Verkeer van rechts
Zonder borden of strepen is de kruising gelijkwaardig en gaat verkeer van rechts voor. Dat geldt ook voor fietsers en bromfietsers.
Je wilt linksaf. Er komt een auto rechtdoor uit de tegenovergestelde richting. Wie gaat eerst?
De tegenligger die rechtdoor gaat
Afslaand verkeer laat het rechtdoorgaande verkeer op dezelfde weg voorgaan. Dat geldt ook voor fietsers die rechtdoor gaan.
Een voetganger stapt het zebrapad op terwijl jij het nadert. Wat doe je?
Stoppen en de voetganger laten oversteken
Voetgangers op of direct bij een zebrapad hebben voorrang. Nader een zebrapad dus met een snelheid waarbij je tijdig kunt stoppen.
Binnen de bebouwde kom wil een lijnbus vanaf de halte de rijbaan op. Wat doe je?
De bus voor laten gaan
Binnen de bebouwde kom moet je een bus die van een halte de rijbaan oprijdt voor laten gaan.
Achter je komt een ambulance met zwaailicht en sirene. Wat doe je?
Ruimte maken en hem voor laten gaan, zonder gevaarlijk te manoeuvreren
Een voorrangsvoertuig met optische én geluidssignalen laat je voorgaan. Je maakt ruimte, maar niet met een manoeuvre die zelf gevaar oplevert.
Op een gelijkwaardige kruising komt een tram van links. Wie gaat voor?
De tram
Op een gelijkwaardige kruising heeft een tram voorrang, ook van links. Borden, strepen en verkeerslichten gaan daar wel weer boven.