Theorie
Verkeerstekens oefenen
Borden, strepen en wat ze van je vragen.
32 examenvragen over dit onderwerp
Voorbeeldvragen
Je ziet haaientanden op het wegdek. Wat moet je doen?
Voorrang verlenen, maar niet verplicht stoppen
Haaientanden horen bij bord B6: voorrang verlenen. De punten wijzen naar jou. Stoppen hoeft alleen als er verkeer aankomt.
Wat vraagt een stopbord (B7) van je als de kruising helemaal leeg is?
Volledig stilstaan voor de stopstreep
Bij een stopbord sta je altijd volledig stil voor de stopstreep, ook met vrij zicht en zonder ander verkeer.
Een rond blauw bord met een witte 50 erin: wat betekent dat?
Minimumsnelheid van 50 km/h
Rond en blauw is een gebod: hier moet je mínimaal 50 km/h rijden. Een maximumsnelheid staat in een rode ring op een wit bord.
Tot wanneer geldt een bord met een maximumsnelheid?
Tot een volgend snelheidsbord of een einde-bord
De limiet van het laatste bord blijft gelden tot een bord iets anders aangeeft. Een bebouwde-komgrens verandert de limiet ook.
Een driehoekig bord met de punt naar boven en een rode rand is altijd:
Een gevaarsbord
Driehoek met de punt omhoog waarschuwt voor gevaar. Alleen het voorrangsbord B6 staat op zijn punt, met de punt naar beneden.
Wat betekent een onderbord onder een verkeersbord?
Het beperkt of verduidelijkt waarvoor het bord geldt
Een onderbord hoort bij het bord erboven en bepaalt voor wie, wanneer of over welke afstand het geldt.