Theorie
Verkeersregels oefenen
Plaats op de weg, richting aangeven, stoppen en parkeren.
28 examenvragen over dit onderwerp
Voorbeeldvragen
Je wilt vanaf de stoeprand wegrijden. Wat moet je doen?
Richting aangeven en al het andere verkeer voor laten gaan
Wegrijden is een bijzondere manoeuvre. Je geeft richting aan en laat al het andere verkeer voorgaan, ook fietsers op het fietspad.
Waar hoor je op een weg zonder rijstrookstrepen te rijden?
Zo veel mogelijk rechts
Je houdt zo veel mogelijk rechts. Dat geeft tegenliggers ruimte en voorkomt dat je bij een bocht op de verkeerde weghelft komt.
Mag je op een doorgetrokken streep tussen de rijstroken rijden?
Nee, je mag hem niet overschrijden of erop rijden
Een doorgetrokken streep mag je niet overschrijden. Bij een onderbroken streep naast een doorgetrokken streep geldt de streep die het dichtst bij jou ligt.
Wat betekent een gele onderbroken streep langs de rand van de rijbaan?
Je mag er niet parkeren
Geel onderbroken is een parkeerverbod: stoppen om iemand te laten in- of uitstappen mag. Een gele doorgetrokken streep is een stilstaanverbod.
Hoe dicht bij een kruising mag je parkeren?
Niet binnen vijf meter van de kruising
Parkeren binnen vijf meter van een kruispunt mag niet. Dat houdt het zicht vrij voor wie de kruising nadert.
Je nadert een uitritconstructie: de stoep loopt door en er is een verlaagde band. Wie gaat voor?
Al het verkeer op de weg; jij komt uit een uitrit
Uit een uitrit komen is geen kruising maar een manoeuvre: je laat al het verkeer op de weg voorgaan, inclusief voetgangers op de stoep.