Niet officieelDriveOnline is onafhankelijk oefenmateriaal, geen officieel examen en geen rijschool. Wij zijn niet verbonden aan of erkend door het CBR of enige andere officiële instantie.Voorwaarden

Beoordeling

De 21 fouten die meetellen

Tijdens de rit krijg je één korte hint, zodat je niet uit je concentratie raakt. Na het level stelt de app per fout een vraag, en pas daarna krijg je de uitleg te zien. Een level zonder verkeerslichten rekent “door rood” ook niet mee.

  1. 01

    Ik reed harder dan de geldende maximumsnelheid

    Hint onderweg: Check je snelheidsmeter — welk bord stond er net?

    De snelheid van het laatste bord blijft gelden tot een volgend bord iets anders aangeeft. Let na elk bord op je snelheidsmeter en schakel zo nodig terug.

  2. 02

    Ik stond niet volledig stil bij het stopbord

    Hint onderweg: Bij een stopbord hoort stilstand, niet bijna stilstand.

    Bij een stopbord moet je altijd volledig stilstaan voor de stopstreep, ook als je vrije doorgang hebt. Afremmen tot bijna stilstand is niet genoeg.

  3. 03

    Ik reed door rood licht

    Hint onderweg: Het licht stond op rood — kijk verder vooruit naar het signaal.

    Bij rood moet je stoppen voor de stopstreep. Bij geel stop je ook, tenzij je zo kort voor de streep bent dat remmen gevaarlijk is.

  4. 04

    Ik stopte niet voor een voetganger op het zebrapad

    Hint onderweg: Er loopt iemand op het zebrapad — nader het rustiger.

    Voetgangers op of direct bij een zebrapad hebben voorrang. Nader een zebrapad altijd met een snelheid waarbij je tijdig kunt stoppen.

  5. 05

    Ik reed met mijn auto naast de rijbaan

    Hint onderweg: Je zit naast de rijbaan — kijk ver vooruit en stuur rustig terug.

    Je hoort binnen de rijbaan te blijven. Kijk ver vooruit in plaats van direct voor de auto, dan stuur je rustiger en blijf je beter op je plek.

  6. 06

    Ik reed te lang op de verkeerde weghelft

    Hint onderweg: Hou rechts — de linkerhelft is voor tegenliggers.

    In Nederland rij je rechts. De linker weghelft gebruik je alleen kort om in te halen of om een obstakel te passeren, als dat veilig kan.

  7. 07

    Ik liet de motor afslaan

    Hint onderweg: Laat de koppeling op het punt waar zij pakt even rusten en geef dan gas.

    De motor slaat af als je de koppeling te snel laat opkomen of te weinig gas geeft: de plaat grijpt, de motor moet mee naar het toerental van de wielen, en bij stilstand is dat bijna nul. Laat het pedaal op het punt waar de koppeling pakt even rusten en geef dan gas. Om dezelfde reden rijd je altijd in de eerste weg — in de derde of hoger is de verhouding zo lang dat de motor het niet kan opbrengen en afslaat, hoeveel gas je ook geeft.

  8. 08

    Ik reed met een half ingetrapte koppeling (koppeling laten slepen)

    Hint onderweg: Laat de koppeling helemaal opkomen zodra je rijdt — slepen slijt hem kapot.

    De koppeling is er om weg te rijden en te schakelen, niet om op te rijden. Wie rijdt met een half opgekomen koppeling laat hem slippen: dat kost grip op de motor, verbrandt de voering en is op het examen een aantekening. Voet ernaast zodra hij op is.

  9. 09

    Ik rolde uit met de koppeling ingetrapt of in z'n vrij

    Hint onderweg: Hou de auto in de versnelling — niet uitrollen op de koppeling of in z'n vrij.

    Boven stapvoets hoort de auto aan de motor te hangen in een passende versnelling. Rol je uit met de koppeling ingetrapt of in z'n vrij, dan heb je geen motorrem en minder controle: je kunt niet meteen met gas bijsturen en je remweg wordt langer. Schakel terug in plaats van de koppeling in te trappen.

  10. 10

    Ik reed met een te laag toerental voor de versnelling (niet teruggeschakeld)

    Hint onderweg: Lage toeren en de motor bonkt — schakel terug naar een lagere versnelling.

    Een benzinemotor levert zijn kracht tussen ongeveer 2000 en 3000 toeren. Geef je gas terwijl de naald daar ver onder hangt in een hoge versnelling, dan zwoegt de motor: hij trilt, trekt niet door en slijt sneller. Schakel terug naar een lagere versnelling zodat het toerental weer in het nuttige gebied komt.

  11. 11

    Ik beantwoordde een bordvraag fout

    Hint onderweg: Lees het bord goed voordat je antwoordt.

    Tijdens de rit toetst de sim of je de borden langs de route herkent. Een fout antwoord betekent dat je de betekenis nog niet paraat hebt. Leer de borden uit het hoofdstuk Verkeersborden: op het examen moet je ze in een oogopslag kunnen plaatsen.

  12. 12

    Ik reed te lang in de rode zone van de toerenteller

    Hint onderweg: Hoge toeren: schakel op naar een hogere versnelling.

    De toerenteller laat zien hoe snel de motor draait, in duizenden omwentelingen per minuut. Een benzinemotor levert zijn kracht tussen ongeveer 2000 en 3000 toeren; daarboven wordt hij niet sterker maar wel dorstiger en luidruchtiger, en in de rode zone boven 6200 beschadig je hem. Hoog doortrekken kost dus brandstof en geluid zonder dat je sneller bent. Schakel rond 2500 toeren op: de motor loopt dan rustig, je hoort het verkeer beter en je houdt de auto beter in de hand.

  13. 13

    Ik gaf geen richting aan bij het wegrijden

    Hint onderweg: Bij wegrijden hoort richting aangeven, ook zonder ander verkeer.

    Bij wegrijden uit stilstand geef je altijd richting aan, ook als er niemand te zien is. Zo weet het overige verkeer wat je van plan bent.

  14. 14

    Ik veroorzaakte een botsing

    Hint onderweg: Hou meer afstand en pas je snelheid aan de ruimte aan.

    Houd voldoende afstand en pas je snelheid aan de situatie aan, zodat je altijd binnen de vrije ruimte tot stilstand kunt komen.

  15. 15

    Ik keek niet op tijd in mijn spiegel

    Hint onderweg: Kijk in je spiegel vóór je remt of van richting verandert.

    Spiegelen hoort vóór de handeling, niet erna: eerst kijken, dan richting aangeven, dan sturen of remmen. Zo weet je wat er achter je gebeurt voordat je de situatie verandert.

  16. 16

    Ik vergat de schouderblik in de dode hoek

    Hint onderweg: Je spiegel dekt niet alles — draai je hoofd ook echt om.

    Naast elke auto zit een dode hoek die geen enkele spiegel laat zien. Voordat je van rijstrook verandert of een kruisende weg oprijdt, draai je je hoofd om en kijk je daar zelf naar.

  17. 17

    Ik heb de parkeerproef niet uitgevoerd (niet gestopt in het vak)

    Hint onderweg: Het parkeervak overgeslagen — stop volledig binnen de witte lijnen.

    De parkeerproef is een bijzondere verrichting: richting aangeven, rustig afremmen en volledig tot stilstand komen binnen de lijnen van het vak. Erdoorheen rijden of half op de rijbaan blijven staan telt niet.

  18. 18

    Ik stopte niet volledig bij de streep op de helling

    Hint onderweg: Op de helling hoort een volledige stop bij de streep.

    Bij de hellingproef moet je eerst volledig stilstaan voor de streep. Pas daarna rijd je weg, zodat de examinator kan zien dat je de auto op de helling onder controle hebt.

  19. 19

    Ik rolde terug bij het wegrijden op de helling

    Hint onderweg: Laat de koppeling net pakken vóórdat je de rem loslaat.

    Hou de rem vast, laat de koppeling rustig pakken en geef wat gas. Pas als je de auto voelt trekken laat je de rem los: dan rolt hij niet achteruit.

  20. 20

    Ik hield te weinig afstand tot mijn voorligger

    Hint onderweg: Je zit te kort op je voorligger — laat meer ruimte vallen.

    Hou minstens twee seconden afstand, ook in de file. Kies een vast punt langs de weg: passeert je voorligger het, dan moet jij er minstens twee seconden later langs zijn.

  21. 21

    Ik verleende geen voorrang aan kruisend verkeer

    Hint onderweg: Er kwam verkeer van opzij — die had voorrang.

    Bij een haaientandenbord of stopbord moet je het verkeer op de kruisende weg voor laten gaan. Rij pas op als het kruispunt echt vrij is, niet als het nét kan.



Kijk wat de sim bij jou ziet

Level 1 beoordeelt al op wegrijden, schakelen, spiegels en je rijstrook. Na de rit staat elke fout er met de uitleg erbij.

Gratis · gratis profiel · draait in je browser